Wil je deze zomer of tijdens het jaar bijverdienen zonder verrassingen? We leggen uit hoe de 650 uren werken, wat je echt betaalt, en vooral welke drie inkomensgrenzen je moet kennen om geen belasting te betalen, ten laste te blijven van je ouders en je kinderbijslag te behouden. Cijfers 2026, officiële bronnen inbegrepen.

Elk jaar speelt zich hetzelfde af bij het begin van het academiejaar. Een student vindt een job, is blij, werkt er stevig op los, en enkele maanden later ontdekken de ouders dat ze meer belasting betalen, of dat de kinderbijslag voor een kwartaal is weggevallen. Niemand had het zien aankomen. En het vervelendste is: het was allemaal te vermijden, op voorwaarde dat je drie cijfers kent.

De studentenjob in België draait rond een hardnekkig misverstand. Bijna iedereen heeft van de 650 uren gehoord, en velen denken dat dat de grens is die je niet mag overschrijden. Dat klopt niet, en het is net het vertrekpunt van de meeste problemen. De 650 uren zijn uren die recht geven op verlaagde sociale bijdragen, geen inkomensplafond. Het aantal uren en het geld dat je verdient, zijn twee verschillende zaken, geregeld door verschillende regels. In deze gids halen we alles rustig uit elkaar. Wat een studentenjob precies is, wat je betaalt, en de drie grenzen die voor jou en je ouders tellen, met de exacte bedragen voor 2026 en de bronnen onderaan om alles na te kijken.

Wat is een studentenjob?

Een studentenjob is niet zomaar een bijbaantje. Het is een precies wettelijk kader, de studentenovereenkomst, dat je toegang geeft tot sterk verlaagde sociale bijdragen. Net dat kader maakt de studentenjob zo voordelig tegenover een gewoon contract. Al moet je er wel de voorwaarden van vervullen.

Om onder het studentenstatuut te werken, moet je eerst de hoedanigheid van student hebben, wat wil zeggen dat je studies je hoofdbezigheid vormen. De minimumleeftijd is 15 jaar, op voorwaarde dat je de eerste twee jaar secundair achter de rug hebt, anders is het 16 jaar. De overeenkomst moet schriftelijk zijn en ondertekend vóór de start van het werk, dat is een verplichting, geen formaliteit. Het gaat altijd om een contract van bepaalde duur, van maximaal twaalf maanden bij dezelfde werkgever. Vóór elke tewerkstelling moet je werkgever bovendien een Dimona-aangifte van het type student indienen bij de RSZ. Gebeurt die aangifte te laat, dan verlies je het voordeel van de verlaagde bijdragen en vallen je uren onder de gewone bijdragen.

Wat velen niet weten: het werk moet plaatsvinden buiten de uren van verplichte aanwezigheid in je onderwijsinstelling. Concreet betekent dat dat je niet mag werken op momenten waarop je verondersteld wordt in de les te zitten. Voor een leerling uit het secundair gaat het om de woensdagnamiddagen, de weekends en de schoolvakanties. Ten slotte tellen enkel de effectief gepresteerde uren mee, en de uren verplichte stage voor het behalen van je diploma tellen niet mee voor je quota.

De 650 uren en de verlaagde bijdrage

Dit is de kern van het systeem, en de bron van alle verwarring. Een student mag 650 uren per kalenderjaar werken, van januari tot december, aan verlaagde sociale bijdragen. Dat quotum werd op 1 januari 2025 opgetrokken tot 650 uren, en dat is de permanente regel geworden. Vroeger was het 475 uren, daarna tijdelijk 600 voor 2023 en 2024. Vandaag onthoud je 650.

Wat dat quotum verandert, is het bedrag aan bijdragen dat jij en je werkgever aan de sociale zekerheid betalen. Een gewone werknemer betaalt een persoonlijke RSZ-bijdrage van 13,07 % op zijn brutoloon. Als student onder contract, binnen de grens van 650 uren, betaal je enkel een solidariteitsbijdrage van 2,71 %. Je werkgever betaalt van zijn kant 5,42 % in plaats van 25 % en meer. In totaal bedraagt de solidariteitsbijdrage 8,13 % (2,71 % voor jou, 5,42 % voor de werkgever). Net die verlaging verklaart waarom je onder het studentenstatuut een veel groter deel van je brutoloon overhoudt.

Wat gebeurt er als je meer dan 650 uren werkt? Niets dramatisch, maar het voordeel valt weg voor de bijkomende uren. Vanaf het 651e uur gelden de gewone bijdragen van 13,07 %, en zakt je nettoloon per uur duidelijk. De werkgever bij wie de overschrijding plaatsvindt, moet die uren aangeven als prestaties van een gewone werknemer. Je mag dus meer dan 650 uren werken, maar het kost je meer aan bijdragen. Er bestaat een uitzondering in de horeca, waar je je 650 studentenuren kan combineren met 50 extra dagen als gelegenheidswerker, een apart regime met eigen berekeningen.

Wat je betaalt: studentencontract tegenover gewoon contract
ElementStudentencontract (binnen de 650 u)Gewoon contract (boven de 650 u)
Bijdrage voor jou2,71 % (solidariteit)13,07 % (RSZ)
Bijdrage voor de werkgever5,42 %25 % en meer
BedrijfsvoorheffingIn principe niet ingehoudenIngehouden op het loon
BerekeningsbasisWerkelijk loonWerkelijk loon

Nog één keer benadrukken we het punt waar iedereen over struikelt. De 650 uren zeggen absoluut niets over je belastingen of over je statuut van kind ten laste. Het gaat enkel om het tarief van je sociale bijdragen. Je kan perfect onder de 650 uren blijven en toch het fiscale voordeel van je ouders doen wegvallen, als je uurloon hoog ligt. Daarom moet je kijken naar de echte grenzen die nu volgen.

Hoeveel mag je verdienen: de 3 grenzen die tellen

We komen aan het deel dat bijna niemand helder uitlegt, en dat je gezin geld waard is. Wanneer je met een studentenjob verdient, komen er drie verschillende grenzen in het spel, elk met eigen gevolgen. Het zijn niet dezelfde bedragen, en ze gaan niet over dezelfde personen. Hier zijn de drie, in de volgorde waarin je ze tegenkomt naarmate je loon stijgt.

Grens 1: zonder zelf belasting te betalen

Zoals elke werknemer betaalt een student personenbelasting boven een bepaald inkomen. Maar iedereen heeft recht op een stuk inkomen waarop geen belasting wordt geheven, de belastingvrije som. Zolang je belastbaar inkomen onder die som blijft, betaal je geen belasting.

In de praktijk, en volgens de officiële cijfers van Student@work voor 2026, betaal je geen belasting zolang je minder dan ongeveer 15.970 € bruto per jaar verdient (het exacte bedrag is 15.971,43 €, berekend na aftrek van de sociale bijdragen). Onder dat plafond is er geen personenbelasting verschuldigd. Let op, dat bedrag geldt enkel als je geen andere inkomsten hebt dan je studentenloon en als je het kostenforfait gebruikt, zonder werkelijke kosten aan te geven.

Twee nuttige preciseringen. Ten eerste moet je, ook al betaal je geen belasting, toch een belastingaangifte indienen, studenten zijn daarvan niet vrijgesteld. Ten tweede, als je die grens overschrijdt, verlies je niets dramatisch, je begint gewoon een beetje belasting te betalen op het deel dat erboven ligt, zoals iedereen.

Grens 2: zonder je statuut van kind ten laste te verliezen

Dit is de belangrijkste grens, want die overschrijden kost niets aan jou, maar wel aan je ouders. Zolang je fiscaal ten laste bent van je ouders, genieten zij een fiscaal voordeel, een verhoging van het stuk inkomen dat vrij is van belasting. Verdien je te veel, dan val je uit hun last en verdwijnt dat voordeel. Gevolg: hun belasting stijgt.

Om ten laste te blijven, mogen je nettobestaansmiddelen een plafond niet overschrijden. Goed nieuws, een recente hervorming (de wetten van april en december 2025) heeft dat plafond fors opgetrokken en gelijkgeschakeld. Vroeger varieerde het bedrag naargelang de gezinssituatie van de ouders (koppel, alleenstaande ouder, kind met een handicap). Voortaan is er één plafond voor alle kinderen, ongeacht het profiel van de ouders. Voor je inkomsten van 2026 bedraagt dat nettoplafond 12.300 €.

Hoe ga je van je brutoloon naar dat nettobedrag? De berekening speelt in het voordeel van studenten. Eerst wordt een eerste schijf van 7.010 € van je studentenloon volledig buiten beschouwing gelaten (bedrag voor de inkomsten 2026). Daarna trek je een kostenforfait van 20 % af op het saldo. Wat overblijft, zijn je nettobestaansmiddelen, te vergelijken met de 12.300 €. Concreet, en opnieuw volgens Student@work, mag je in 2026 tot 22.385 € bruto verdienen zonder je statuut van kind ten laste te verliezen, op voorwaarde dat je enkel inkomsten uit een studentenjob hebt en het kostenforfait gebruikt. Voor een klassieke studentenjob heb je dus een erg ruime marge.

Wat verliezen je ouders als je die grens overschrijdt? Ze verliezen de verhoging van de belastingvrije som die aan jouw last verbonden is. In de praktijk gaat het vaak om enkele honderden euro’s extra belasting per jaar, en soms meer dan 1.000 € als er meerdere kinderen in het gezin zijn of als er nog andere voordelen meespelen, zoals een vermindering van de onroerende voorheffing. Het is dus geen detail. Voor je veel goedbetaalde uren opstapelt, is het de moeite om er met je ouders over te praten en samen de rekening te maken.

Grens 3: zonder je kinderbijslag te riskeren

Derde grens, en die heeft niets met geld te maken. Hier tellen de uren. Een jongere onder de 25 jaar mag werken en toch zijn kinderbijslag behouden, op voorwaarde dat hij niet meer dan 240 uren per kwartaal werkt. Overschrijd je dat plafond in een kwartaal, dan wordt de kinderbijslag voor dat hele kwartaal geschorst. Niet voor de maand, voor het volledige kwartaal.

Er is een belangrijke uitzondering, en die valt precies op het goede moment. Tijdens het derde kwartaal, dus juli, augustus en september, mag je meer dan 240 uren werken zonder je kinderbijslag te verliezen, op voorwaarde dat je je studies voortzet in het volgende academiejaar. Dat is wat studenten toelaat om een stevige vakantiejob te doen zonder schade. Let wel, als het je laatste jaar is en je hervat geen studies, dan geldt de grens van 240 uren ook in de zomer. Andere schoolvakanties dan de grote vakantie (herfst, winter, lente) tellen mee in het kwartaal waarin ze vallen.

Omdat de kinderbijslag geregionaliseerd is, kunnen de regels licht verschillen naargelang je woonplaats, tussen het Groeipakket in Vlaanderen, FAMIWAL in Wallonië en FAMIRIS in Brussel. Het principe van de 240 uren per kwartaal is voor de drie hetzelfde, maar de modaliteiten verschillen. Vlaanderen redeneert onder meer op basis van het type contract, en Brussel telt alle werkuren mee, ook onder een gewoon contract. Twijfel je over je situatie, dan is de reflex om je kinderbijslagfonds te contacteren, ze antwoorden gratis.

De 3 grenzen van de studentenjob in 2026
GrensRichtcijfer 2026Wat je riskeert bij overschrijdingWie het treft
Zelf belastbaar wordenOngeveer 15.970 € bruto per jaarJe begint een beetje belasting te betalenJij
Niet meer ten laste zijnOngeveer 22.385 € bruto per jaarHet fiscale voordeel kind ten laste verdwijntJe ouders
Kinderbijslag verliezen240 uren per kwartaal (buiten de zomer)Schorsing van de kinderbijslag voor het kwartaalJe gezin

Onthoud vooral de globale logica, want die veegt de misverstanden van tafel. Deze drie grenzen staan los van elkaar, en los van de 650 uren. Je bereikt eerst je eigen belasting (rond 15.970 €), en pas veel hoger de grens van het statuut ten laste van je ouders (rond 22.385 €). Met andere woorden, er is een zone waarin je zelf al een beetje belasting betaalt terwijl je toch ten laste blijft van je ouders. En de kinderbijslag hangt helemaal niet af van die bedragen, maar enkel van je uren per kwartaal. Daarom mag je een studentenjob nooit tot één cijfer herleiden.

De teller van Student@work

Hoe weet je waar je staat met je quotum? Er bestaat een officiële en gratis tool, Student@work, te vinden op studentatwork.be. Dat is de eerste reflex van elke student die werkt.

Door in te loggen met je digitale identiteit (itsme of eID) zie je in realtime hoeveel uren van je contingent van 650 uren je al hebt opgebruikt, en hoeveel er nog overblijven. Ook je werkgever kan je saldo nakijken voor hij je aanwerft, wat onbedoelde overschrijdingen voorkomt. Je kan ook een attest van je resterende uren aanmaken om aan een werkgever te bezorgen. Het is eenvoudig, betrouwbaar, en het behoedt je voor de onaangename verrassing dat je op het einde van het jaar ontdekt dat je zonder het te weten in gewone bijdragen bent beland.

Een praktische tip, maak er een gewoonte van je teller na te kijken voor je een nieuw contract of een grote werkperiode aanvaardt, zeker als je meerdere werkgevers combineert in hetzelfde jaar. En hou in het achterhoofd dat de teller van de 650 uren (bijdragen) losstaat van de regel van de 240 uren per kwartaal (kinderbijslag), je moet ze allebei apart in de gaten houden.

Studentenjob of student-zelfstandige: wat kiezen?

De studentenjob in loondienst is niet de enige optie. Als je een eigen activiteit start, kan je kiezen voor het statuut van student-zelfstandige. De twee wegen hebben een andere logica, en de juiste keuze hangt af van wat je doet.

De studentenjob in loondienst past bij de meeste situaties, een job in een winkel, in de horeca, op events, via interim. Je hebt een werkgever, een contract, een loon, en het beschermende kader dat we net beschreven. Het statuut van student-zelfstandige richt zich op wie een eigen activiteit uitbouwt, een freelancer die programmeert, content maakt, diensten of producten verkoopt. Het geeft je een ondernemingsnummer, de mogelijkheid om te factureren, en een bijdrageregime dat is afgestemd op kleine inkomens.

Om de grootteordes voor 2026 te situeren, werkt het statuut van student-zelfstandige met inkomensschijven op jaarbasis (netto belastbaar). Onder ongeveer 8.687 € nettobelastbaar betaal je geen sociale bijdragen en blijf je gedekt als persoon ten laste. Tussen ongeveer 8.687 € en 17.374 € betaal je verlaagde bijdragen (rond 20,5 %) en kan je ten laste blijven van je ouders, mits je de grens van 240 uren per kwartaal voor de kinderbijslag respecteert. Boven ongeveer 17.374 € nettobelastbaar bouw je zelf sociale rechten op en verlaat je het voordelige studentenstatuut. Die bedragen worden vastgelegd door het RSVZ en jaarlijks geïndexeerd.

Hoe kies je? Presteer je uren voor een werkgever, dan is de studentenjob in loondienst bijna altijd de juiste keuze, eenvoudiger en beter beschermd. Bouw je een eigen activiteit uit en factureer je klanten, dan wordt het statuut van student-zelfstandige interessant. Om je situatie precies te becijferen, bouwden we een rekentool student-zelfstandige die je toont wat je echt zou overhouden naargelang je inkomen. En wil je vergelijken wat een job in loondienst opbrengt volgens je leeftijd, dan geeft ons artikel over het minimumloon voor jobstudenten in 2026 je de exacte barema’s.

AccountableAanbevolen toolAccountable

De boekhoud-app voor Belgische zelfstandigen: facturen, btw en belastingen op één plek.

Gratis testen →

Veelgestelde vragen (FAQ)

Beperken de 650 uren mijn inkomen?

Nee. De 650 uren bepalen enkel de uren waarin je verlaagde sociale bijdragen geniet (2,71 % in plaats van 13,07 %). Ze leggen geen inkomensplafond op. Het zijn de drie grenzen hierboven (eigen belasting, statuut ten laste, kinderbijslag) die de financiële gevolgen van je verdiensten bepalen.

Mag ik meer dan 650 uren werken?

Ja, niets verbiedt dat. Alleen gelden vanaf het 651e uur de gewone sociale bijdragen van 13,07 % op de bijkomende uren, en zakt je nettoloon per uur. Je werkgever moet die uren aangeven als prestaties van een gewone werknemer.

Moet ik een belastingaangifte indienen, ook al verdien ik weinig?

Ja. Een belastingaangifte indienen is verplicht, ook voor jobstudenten. Dat je onder de belastinggrens blijft (ongeveer 15.970 € bruto in 2026) betekent dat je geen belasting zal betalen, niet dat je van de aangifte bent vrijgesteld.

Verlies ik mijn kinderbijslag als ik de hele zomer werk?

In principe niet, op één voorwaarde. Tijdens het derde kwartaal (juli, augustus, september) mag je meer dan 240 uren werken zonder je kinderbijslag te verliezen, op voorwaarde dat je je studies voortzet in het volgende academiejaar. Is het je laatste jaar en hervat je geen studies, dan geldt de grens van 240 uren ook in de zomer.

Hoeveel verliezen mijn ouders echt als ik niet meer ten laste ben?

Dat hangt af van hun situatie, maar de grootteorde is enkele honderden euro’s extra belasting per jaar, en soms meer dan 1.000 € als er meerdere kinderen in het gezin zijn of andere verbonden voordelen meespelen (zoals een vermindering van de onroerende voorheffing). Daarom hou je best de grens van 22.385 € bruto in het oog voor je veel goedbetaalde uren opstapelt.

Telt mijn studentenjob later mee voor de werkloosheid?

Onder een studentenovereenkomst bouw je geen recht op werkloosheid op. Na je studies kan je wel aanspraak maken op inschakelingsuitkeringen na een beroepsinschakelingstijd, waarvan de regels recent zijn hervormd. Dat is een ander onderwerp, maar goed om te weten om het vervolg te anticiperen.

Is het plafond om ten laste te blijven nu voor iedereen hetzelfde?

Ja, sinds de hervorming die geldt vanaf de inkomsten 2025. Vroeger varieerde het plafond van de nettobestaansmiddelen naargelang de ouders een koppel of alleenstaand waren, of naargelang het kind een handicap had. Die verschillen zijn verdwenen ten voordele van één bedrag (12.300 € netto voor de inkomsten 2026), ongeacht het gezinsprofiel.

Wat je moet onthouden

De studentenjob in België steunt op een quotum van 650 uren per kalenderjaar aan verlaagde bijdragen (2,71 % voor jou), en niet op een inkomensplafond. Boven de 650 uren mag je blijven werken, maar aan de gewone bijdragen van 13,07 %.

Wat echt telt, zijn drie afzonderlijke grenzen. Je wordt belastbaar rond 15.970 € bruto in 2026, maar dan betaal je enkel wat belasting op het surplus. Je verliest het statuut van kind ten laste rond 22.385 € bruto in 2026, en dan is het de belasting van je ouders die stijgt, mogelijk met enkele honderden euro’s. En je riskeert je kinderbijslag te verliezen als je meer dan 240 uren per kwartaal werkt buiten de zomer. Die drie grenzen staan los van elkaar, hou ze apart in de gaten, en volg je uren via Student@work.

Als je maar één reflex mag onthouden, is het om de rekening te maken voor je begint, zeker als je job goed betaalt. Een gesprek van tien minuten met je ouders en een blik op de juiste cijfers vermijden zowat alle onaangename verrassingen. Wil je verder, test dan onze gratis tools voor studenten en zelfstandigen, van de berekening bruto naar netto tot het statuut van student-zelfstandige.

AccountableAanbevolen toolAccountable

De boekhoud-app voor Belgische zelfstandigen: facturen, btw en belastingen op één plek.

Gratis testen →

Lees ook

Bronnen

  1. Student@work (RSZ), officieel portaal: quotum van 650 uren, regel van 240 uren per kwartaal, en bedragen 2026 (22.385 € bruto om ten laste te blijven, 15.971,43 € bruto vóór belasting). studentatwork.be
  2. RSZ, solidariteitsbijdrage van 8,13 % (2,71 % student, 5,42 % werkgever) binnen de grens van 650 uren. rsz.fgov.be
  3. FOD Financiën, Nettobestaansmiddelen: vrijgestelde eerste schijf van het studentenloon (6.840 € voor de inkomsten 2025, 7.010 € voor de inkomsten 2026), kostenforfait van 20 %. financien.belgium.be
  4. FOD Financiën, Kinderen ten laste: gelijkgeschakeld plafond van de nettobestaansmiddelen (12.000 € voor de inkomsten 2025, 12.300 € voor de inkomsten 2026). financien.belgium.be
  5. Hervorming van het statuut ten laste: wet van 10 april 2025 (verdubbeling van de studentenvrijstelling) en wet van 18 december 2025 houdende diverse bepalingen (uniform plafond, retroactief vanaf de inkomsten 2025).
  6. Kinderbijslag en regel van de 240 uren per kwartaal, per gewest: Groeipakket (Vlaanderen) groeipakket.be, FAMIWAL (Wallonië) famiwal.be, FAMIRIS (Brussel) famiris.brussels.
  7. RSVZ, statuut student-zelfstandige: inkomensdrempels 2026 (ongeveer 8.687,03 € en 17.374,08 €) en verlaagde bijdragen. rsvz.be
  8. Wikifin (FSMA), belastingvrije som en verhogingen voor kinderen ten laste (inkomsten 2026). wikifin.be

Algemene informatie. Dit artikel heeft een informatieve waarde en vormt geen fiscaal of juridisch advies. De bedragen worden geïndexeerd en kunnen wijzigen. Controleer je situatie bij Student@work, de FOD Financiën en je kinderbijslagfonds (Groeipakket, FAMIWAL of FAMIRIS).

Geschreven door Rayan EL Majdoub. Oprichter van StarterPass. Rayan ontleedt de fiscaliteit en het zelfstandigenstatuut in België met heldere, gebronde gidsen die elk jaar worden bijgewerkt.