Als je een BV leidt in België, stel je je vroeg of laat onvermijdelijk de vraag. Het geld zit in de vennootschap. Je wil het eruit halen om van te leven. Maar hoe ? De bezoldiging zaakvoerder en de dividenden zijn de twee grote uitgangen, en ze worden niet op dezelfde manier belast. Kiezen tussen bezoldiging of dividenden in je BV, en vooral de juiste mix tussen loon en dividenden vinden, kan je per jaar duizenden euro's doen winnen of verliezen. Het is een van de meest rendabele financiële beslissingen die je voor je vennootschap zal nemen.

Het probleem is dat het antwoord nooit "altijd loon" of "altijd dividend" luidt. Alles hangt af van je inkomensniveau, van de winst van je vennootschap, van je leeftijd, van je pensioen en van een paar voordelige fiscale regimes die je moet kennen. We leggen alles rustig op tafel, met echte cijfers die gelden in 2026. Aan het einde weet je precies hoe je moet redeneren voor je eigen situatie.

Welke twee manieren zijn er om geld uit een BV te halen ?

Voor we het over optimalisatie hebben, moet je de mechaniek begrijpen. Je BV is een rechtspersoon die los van jou staat. Het geld dat zij verdient, behoort haar toe, niet jou. Om dat geld op een wettelijke manier naar je privévermogen over te brengen, beschik je hoofdzakelijk over twee kanalen.

Het eerste kanaal is de bezoldiging zaakvoerder. Je vennootschap betaalt je een loon, zoals een werkgever een loon aan een werknemer zou betalen, behalve dat je hier zelfstandige bent. Dat loon vormt een kost voor de vennootschap. Met andere woorden, het is aftrekbaar. Het vermindert de belastbare winst van je BV vóór de berekening van de vennootschapsbelasting. Dat is een essentieel punt dat veel zaakvoerders onderschatten. Elke euro die je jezelf als bezoldiging uitkeert, ontsnapt aan de vennootschapsbelasting op het niveau van de vennootschap.

Maar die euro verdwijnt niet in het niets. Hij komt bij jou terecht en daar wordt hij belast in de personenbelasting. En de personenbelasting in België is progressief. Hoe meer je verdient, hoe hoger het marginale tarief klimt, tot het 50 % bereikt op de hoogste schijf, de gemeentelijke opcentiemen nog niet meegerekend. Daar komen nog de sociale bijdragen van zelfstandige bovenop, die rond 20,5 % schommelen op het belastbare netto-inkomen, met een plafond. De bezoldiging is dus aftrekbaar aan de kant van de vennootschap, maar zwaar belast aan de privékant.

Het tweede kanaal is het dividend. Daar is de redenering omgekeerd. Het dividend is geen aftrekbare kost. Het wordt afgenomen van de winst van de vennootschap nadat de vennootschapsbelasting al betaald is. De vennootschap betaalt eerst haar belasting op de winst, en wat overblijft kan vervolgens als dividend aan de vennoten worden uitgekeerd. Op het moment van de uitkering ondergaat dat dividend een roerende voorheffing, een belasting die aan de bron wordt ingehouden. Het standaardtarief van die voorheffing bedraagt 30 %.

Dat is de hele spanning van het onderwerp. Aan de ene kant een aftrekbare bezoldiging, maar belast tot 50 % plus sociale bijdragen. Aan de andere kant een dividend dat twee keer belast wordt, een eerste keer in de vennootschapsbelasting op de winst, een tweede keer aan de roerende voorheffing op de uitkering. Om te weten welke van beide opties je het minst kost, moet je de belastinglagen optellen en vergelijken. Dat is precies wat we gaan doen.

De twee uitgangskanalen om geld uit een BV te halen in één oogopslag
KenmerkBezoldiging zaakvoerderDividend
Aftrekbaar voor de vennootschapJa, vermindert de belastbare winstNee, afgenomen van de winst na belasting
Vennootschapsbelasting op het bedragGeen, de kost wordt afgetrokken20 % of 25 % vóór uitkering
Belasting bij jou (privé)Progressieve personenbelasting tot 50 %Roerende voorheffing van 30 %, of verlaagd tarief
Sociale bijdragen van zelfstandigeJa, ongeveer 20,5 % met plafondNee
Opent sociale rechten en pensioenJaNee

Is loon of zijn dividenden beter om jezelf uit te keren ?

Het korte antwoord is dat noch het een noch het ander in absolute zin wint. Alles hangt af van de belastingschijf waarin je je bevindt. En daar wordt de redenering interessant.

Laten we eerst kijken naar de kost van een bijkomende bezoldiging wanneer je al een comfortabel inkomen verdient. Stel dat je jezelf al genoeg uitkeert om van te leven en je je afvraagt of het de moeite loont om jezelf 10 000 euro extra in loon uit te keren. Die 10 000 euro is aftrekbaar voor de vennootschap, dus ze kost niets in de vennootschapsbelasting. Maar bij jou vallen ze in de marginale schijf van 50 %. Je betaalt er ook sociale bijdragen van zelfstandige op, tenzij je het bijdrageplafond al overschreden hebt. In het slechtste geval blijft er van die 10 000 euro bruto maar ongeveer 4 000 tot 5 000 euro netto in je portemonnee over. De helft, soms meer, gaat naar belasting en bijdragen.

Laten we nu het dividend bekijken. Om een dividend uit te keren, moet de vennootschap haar winst eerst in winst na belasting omzetten. Neem 10 000 euro winst vóór belasting. Als de vennootschap geniet van het verlaagde tarief van de vennootschapsbelasting van 20 %, betaalt ze 2 000 euro belasting en blijft er 8 000 euro uitkeerbaar over. Op die 8 000 euro past men de roerende voorheffing toe. Aan het standaardtarief van 30 % maakt dat 2 400 euro voorheffing, en blijft er 5 600 euro netto over. De totale kost komt rond 44 % van de aanvankelijke winst uit.

Op dit punt zijn loon en standaarddividend bijna gelijkwaardig, rond 44 tot 55 % druk. Maar het dividend heeft een verborgen troef die het loon niet heeft. Er bestaan regimes van verlaagde voorheffing die de vergelijking radicaal veranderen. Het is precies daarom dat het dividend weer heel aantrekkelijk wordt zodra je het weet te optimaliseren. We komen er meteen op. Daarvoor moet je een drempel begrijpen die al de rest bepaalt.

Welk loon voor de zaakvoerder om het verlaagde tarief te krijgen ?

Dit is het scharnierpunt van de hele strategie. De vennootschapsbelasting in België kent twee tarieven. Het normale tarief bedraagt 25 %. Maar kmo's kunnen genieten van een verlaagd tarief van 20 % op de eerste schijf van 100 000 euro belastbare winst. Op die eerste schijf vertegenwoordigt het verschil tussen 25 % en 20 % tot 5 000 euro belastingbesparing per jaar. Dat is verre van verwaarloosbaar.

Alleen is dat verlaagde tarief niet automatisch. Je moet aan verschillende voorwaarden voldoen, en een ervan betreft rechtstreeks je bezoldiging zaakvoerder. De vennootschap moet aan minstens één van haar bedrijfsleiders een toereikende jaarlijkse brutobezoldiging uitkeren. Vanaf 1 januari 2026 wordt die drempel opgetrokken tot 50 000 euro bruto per jaar. Vóór 2026 lag de drempel op 45 000 euro. Hij is dus gestegen, en daar moet je in je budget rekening mee houden.

Let op de samenstelling van die bezoldiging. Op die 50 000 euro mogen de voordelen van alle aard niet meer dan 20 % vertegenwoordigen, dat is maximaal 10 000 euro. Als je een bedrijfswagen hebt, een ter beschikking gestelde woning of enig ander voordeel in natura, telt hun waarde mee in de berekening, maar ze is geplafonneerd. Concreet moet je jezelf minstens 40 000 euro effectieve bezoldiging in cash uitkeren, waarbij het saldo uit voordelen van alle aard mag bestaan binnen de grens van 10 000 euro. Die precisering telt zwaar, want een zaakvoerder die dacht de drempel te halen dankzij zijn bedrijfswagen, kan zich gediskwalificeerd terugvinden.

Bezoldigingsdrempel van de bedrijfsleider voor het verlaagde tarief vennootschapsbelasting in 2026
ParameterWaarde 2026
Minimale jaarlijkse brutobezoldiging50 000 euro (45 000 euro vóór 2026)
Maximaal aandeel in voordelen van alle aard20 %, dat is maximaal 10 000 euro
Minimale effectieve bezoldiging in cash40 000 euro
Vrijgespeeld verlaagd tarief vennootschapsbelasting20 % op de eerste schijf van 100 000 euro winst
Maximale besparing vennootschapsbelastingTot 5 000 euro per jaar
Afzonderlijke bijdrage als drempel niet gehaald5,10 % op de ontbrekende bezoldiging

Wat gebeurt er als je niet genoeg uitkeert ? Twee gevolgen. Ten eerste verlies je het voordeel van het verlaagde tarief, en gaat je vennootschap terug naar 25 % op haar hele winst. Ten tweede is een afzonderlijke bijdrage van 5,10 % van toepassing. Die bijdrage wordt berekend op het verschil tussen de vereiste minimumbezoldiging en de bezoldiging die je jezelf werkelijk hebt uitgekeerd. Als de drempel 50 000 euro bedraagt en je jezelf maar 30 000 euro hebt uitgekeerd, treft de afzonderlijke bijdrage de ontbrekende 20 000 euro. Dat is qua absoluut bedrag niet dramatisch, maar het is geld dat je het raam uit gooit, en het komt bovenop het verlies van het verlaagde tarief.

Er is een handige nuance om te kennen. Als de belastbare winst van je vennootschap lager is dan de bezoldigingsdrempel, dan dient het bedrag van de winst als referentie. Een heel kleine vennootschap die 30 000 euro winst boekt, moet geen 50 000 euro loon uitkeren om het verlaagde tarief te behouden. De drempel stemt zich af op de winst. Dat is logisch, je kan een vennootschap niet verplichten meer uit te keren dan ze verdient.

De redenering om te onthouden is eenvoudig. In de meeste gevallen is het rendabel om jezelf minstens 50 000 euro bruto bezoldiging als bedrijfsleider uit te keren, omdat de besparing van 5 000 euro vennootschapsbelasting en de afwezigheid van de afzonderlijke bijdrage de fiscale meerkost op je loon ruimschoots compenseren. Je zet een deel van je winst om in aftrekbaar loon en speelt tegelijk een zachter belastingtarief vrij op de rest. Dat is de eerste bouwsteen van een goede optimalisatie.

Hoe werken de voordelige dividendregimes ?

We zagen dat het standaarddividend 30 % roerende voorheffing ondergaat. Aan dat tarief is het dividend niet bepaald verleidelijk. Maar België heeft verschillende regimes ingevoerd die die voorheffing sterk verlagen. Goed gebruikt maken ze van het dividend een van de goedkoopste manieren om geld uit je BV te halen.

De dividendregimes en hun effectieve roerende voorheffing in 2026
DividendregimeRoerende voorheffingBelangrijkste voorwaarde
Standaarddividend30 %Geen bijzondere voorwaarde
VVPRbis18 % in 2026 (voorheen 15 %)Aandelen in geld uitgegeven sinds 2013, wachttermijn nageleefd
LiquidatiereserveOngeveer 18 % effectief na wachttermijnAnticipatieve bijdrage betaald, wachttermijn nageleefd
Liquidatiereserve gerecupereerd bij vereffeningGeen bijkomende voorheffingWachten op de vereffening van de vennootschap

Het VVPRbis-regime

Het eerste regime is het VVPRbis. Dat is een mechanisme bedacht voor kmo's. Het laat toe om dividenden uit te keren tegen een verlaagde roerende voorheffing, op voorwaarde dat de aandelen werden uitgegeven bij de oprichting van de vennootschap of bij een kapitaalverhoging in geld, vanaf 2013, en dat je een wachttermijn naleeft. Concreet worden de dividenden uit de winst van een boekjaar in aanmerking voor het verlaagde tarief vanaf het tweede of het derde boekjaar dat op de inbreng volgt.

Historisch liet het VVPRbis een voorheffing van 15 % toe na de volledige wachttermijn. Maar dat tarief verandert in 2026. Naar aanleiding van het begrotingsakkoord van eind 2025 gaat de VVPRbis-voorheffing van 15 % naar 18 %. Het tussentarief van 20 % dat bestond voor de overgangsperiode verdwijnt voor de nieuwe inbrengen. Die verhoging is van toepassing op de uitkeringen die na de inwerkingtreding van de maatregel gebeuren, ook voor reserves aangelegd tijdens vroegere boekjaren. Met andere woorden, zelfs een dividend op oude winst zal 18 % dragen als het na de inwerkingtreding van de wet wordt uitgekeerd. De precieze datum hangt af van de publicatie in het Belgisch Staatsblad, verwacht in de loop van 2026.

Zelfs aan 18 % blijft het VVPRbis duidelijk voordeliger dan de standaardvoorheffing van 30 %. Het is dit regime dat het dividend competitief maakt tegenover het loon. We gaan het zo dadelijk becijferen.

De liquidatiereserve

Het tweede regime is de liquidatiereserve. Het idee is anders. In plaats van onmiddellijk uit te keren, zet je vennootschap een deel van haar winst na belasting opzij in een speciale reserve, door meteen een anticipatieve bijdrage te betalen. Vervolgens doen zich twee gevallen voor. Als je wacht tot de vennootschap vereffend wordt om die reserve te recupereren, betaal je geen enkele bijkomende voorheffing. Als je ze na een wachttermijn als dividend uitkeert, betaal je een verlaagde voorheffing.

Ook dit regime wordt in 2026 hervormd. De programmawet herziet de toepasselijke tarieven. De voorheffing op de uitkeringen van liquidatiereserve die na de wachttermijn gebeuren, wordt opgetrokken om uit te komen op een effectieve fiscale last die zich afstemt op die van het VVPRbis, rond 18 %. De exacte modaliteiten, de tarieven van de anticipatieve bijdrage en de wachttermijnen worden aangepast in het kader van het begrotingsprogramma 2026. Aangezien de materie nog in beweging is op het moment dat deze regels geschreven worden, baseer je je niet op deze paragraaf om een definitieve beslissing te nemen. Bevestig altijd het exacte tarief dat op jouw situatie van toepassing is met je boekhouder. Het is een domein waar een hervorming die enkele weken eerder gestemd werd, alles kan veranderen.

Je hebt dus twee voordelige regimes, het VVPRbis en de liquidatiereserve, die in 2026 convergeren naar een effectieve last van ongeveer 18 % op het uitgekeerde deel. Het is dat cijfer dat je moet vergelijken met de standaardvoorheffing van 30 % en, vooral, met de kost van een bijkomende bezoldiging die aan 50 % belast wordt.

Hoe haal je het geld uit je BV op de beste manier ?

Tijd voor de cijfers. Hier wordt alles concreet. Neem een vennootschap die winst heeft geboekt en dat geld aan de zaakvoerder wil uitkeren. We volgen 100 euro winst doorheen beide wegen, om het verschil goed te zien.

Eerste scenario, het VVPRbis-dividend. De vennootschap heeft 100 euro winst vóór belasting. Ze betaalt eerst de vennootschapsbelasting aan het verlaagde tarief van 20 %, dat is 20 euro. Er blijft 80 euro winst na belasting over, die uitgekeerd kan worden. Op die 80 euro past men de roerende voorheffing VVPRbis van 18 % toe, dat is ongeveer 14,4 euro. Er blijft je dus ongeveer 65,6 euro netto in je portemonnee over. De totale kost van de operatie bedraagt ongeveer 34 %. Op 100 euro winst recupereer je ongeveer 66 euro. Dat is opmerkelijk efficiënt.

Tweede scenario, de bijkomende bezoldiging in de hoge schijf. De vennootschap keert 100 euro extra loon uit. Die 100 euro is aftrekbaar, dus geen vennootschapsbelasting erop. Maar bij jou, in de marginale schijf van 50 %, verlies je 50 euro personenbelasting. Als je het plafond van de sociale bijdragen niet bereikt hebt, verlies je nog een deel in bijdragen. In het beste geval, waar je je sociale bijdragen al geplafonneerd hebt, blijft er ongeveer 50 euro netto over. In het geval dat de bijdragen nog van toepassing zijn, blijft er eerder rond 40 euro netto over. De totale kost ligt dus tussen 50 % en 60 %.

100 euro winst uithalen : VVPRbis-dividend tegenover bijkomende bezoldiging aan 50 %
StapVVPRbis-dividendBijkomende bezoldiging (schijf 50 %)
Aanvankelijke winst100 euro100 euro
Vennootschapsbelasting20 euro (verlaagd tarief 20 %)0 euro (aftrekbare kost)
Beschikbaar bedrag / bruto bij jou80 euro100 euro
Roerende voorheffing of personenbelasting14,4 euro (voorheffing 18 %)50 euro (marginaal tarief 50 %)
Netto in de portemonneeOngeveer 65,6 euroHoogstens 50 euro, ongeveer 40 euro als bijdragen verschuldigd
Totale kost van de operatieOngeveer 34 %Tussen 50 % en 60 %

De vergelijking is glashelder voor het inkomensdeel dat zich in de schijf van 50 % bevindt. 100 euro winst uithalen als VVPRbis-dividend laat je ongeveer 66 euro. Ze uithalen als bijkomende bezoldiging belast aan 50 % laat je hoogstens 50 euro. Op elke schijf van 100 euro doet het dividend je een vijftiental euro netto winnen. Vermenigvuldig met meerdere duizenden uitgekeerde euro's en je begrijpt waarom de afweging zo zwaar telt.

Maar, en dat is een belangrijke maar, deze berekening klopt enkel voor het loondeel dat in de hoogste schijf zou vallen. Op de eerste inkomensschijven is de personenbelasting veel zachter. De eerste schijf geniet van de belastingvrije som, daarna van tarieven van 25 %, 40 % en 45 % voor de 50 % bereikt wordt. Een loon tot een bepaald niveau is dus ruim onder 34 % belast. Daarom mag je vooral niet alles als dividend uithalen. Het loon blijft de beste optie voor het eerste deel van je inkomen.

Wat is de juiste mix tussen loon en dividend ?

De conclusie van heel deze redenering is dat er geen enkel antwoord bestaat. Er is een dosering. De winnende strategie voor de meeste BV-zaakvoerders bestaat erin de twee te combineren.

Je begint met jezelf een voldoende bezoldiging zaakvoerder uit te keren om twee redenen. Eerst om de drempel van 50 000 euro bruto te halen die het verlaagde tarief van de vennootschapsbelasting vrijspeelt en de afzonderlijke bijdrage van 5,10 % vermijdt. Vervolgens omdat dat eerste loondeel aan lage progressieve tarieven belast wordt, vaak onder de kost van een dividend. Het loon opent ook sociale rechten, een wettelijk pensioen, een dekking bij ziekte, en het dient als basis voor de berekening van je aanvullend pensioen. Op die eerste laag wint het loon bijna altijd.

Vervolgens, eenmaal die loonsokkel gelegd, schakel je het complement over op dividend. Voor alles wat je belastingschijf van 50 % zou overschrijden, verplettert het VVPRbis-dividend aan 34 % totale kost de bezoldiging. Je laat de winst in de vennootschap, ze wordt aan 20 % belast in de vennootschapsbelasting, en vervolgens keer je ze uit aan 18 % voorheffing. Het is het fiscaal meest efficiënte inkomenscomplement zodra je loon geoptimaliseerd is.

Er zijn twee bijkomende instrumenten die in je gereedschapskist verdienen te zitten. Het eerste is het aanvullend pensioen. Als zelfstandige in vennootschap kan je een VAPZ aanleggen, het vrij aanvullend pensioen voor zelfstandigen, waarvan de bijdragen aftrekbaar zijn en je basis voor sociale bijdragen verminderen. Je kan verder gaan met een IPT, de individuele pensioentoezegging, onderschreven door je vennootschap te jouwen gunste. De premies zijn aftrekbaar in de vennootschap, binnen de grens van de befaamde 80 %-regel. Die regel plafonneert het totaal van de pensioenen, wettelijk en aanvullend, op 80 % van je laatste jaarlijkse brutobezoldiging. Hoe hoger je bezoldiging, hoe meer je in je IPT kan storten. Dat is een reden te meer om jezelf een echt loon uit te keren in plaats van alles als dividend uit te halen. De IPT zet vennootschapswinst om in pensioenkapitaal dat heel licht belast zal worden bij de uitstap.

Het tweede instrument, bescheidener maar niet te vergeten, is de vrijstelling van de eerste schijf dividenden in de personenbelasting. Elke belastingplichtige kan de roerende voorheffing recupereren die ingehouden werd op een eerste schijf van 833 euro dividenden per jaar, via zijn belastingaangifte. Als jullie met twee vennoten in de vennootschap zitten, bijvoorbeeld jij en je partner, geniet ieder van die vrijstelling op zijn deel. Het is niet enorm, maar het is geld dat je gewoon recupereert door het juiste vakje aan te kruisen in je aangifte. Veel zaakvoerders vergeten die teruggave jaar na jaar op te eisen.

Uiteindelijk steunt de optimalisatie van je bezoldiging als bedrijfsleider op een evenwicht. Genoeg loon voor het verlaagde tarief, de sociale rechten en de capaciteit voor aanvullend pensioen. Het complement in VVPRbis-dividenden of in liquidatiereserve voor het deel dat anders aan 50 % belast zou worden. En de kleine hefbomen zoals de VAPZ, de IPT en de vrijstelling van 833 euro om er nog een paar procent extra uit te schrapen. Als je nog twijfelt tussen het statuut van vennootschap en dat van zelfstandige in natuurlijke persoon, is deze redenering over het uithalen van het geld centraal, en je vindt een volledige vergelijking in onze gids zelfstandige of BV.

Conclusie : combineer, kies niet

Onthoud het hoofdidee. De bezoldiging zaakvoerder en de dividenden zijn geen exclusieve keuzes. Het zijn twee hefbomen die je samen moet bedienen. Het loon is onverslaanbaar op de eerste schijven en het ontgrendelt het verlaagde tarief van de vennootschapsbelasting, het aanvullend pensioen en je sociale rechten. Het dividend, vooral in het VVPRbis-regime of via de liquidatiereserve, wordt onverslaanbaar zodra je loon de schijf van 50 % bereikt. De goede zaakvoerder kiest geen kamp, hij berekent het kantelpunt en hij combineert.

Houd ook in gedachten dat de cijfers bewegen. De bezoldigingsdrempel is in 2026 naar 50 000 euro gegaan, de VVPRbis-voorheffing gaat naar 18 %, en de liquidatiereserve wordt hervormd door de programmawet. Die evoluties veranderen het evenwicht van de berekening van het ene jaar op het andere. Maak de afweging elk jaar opnieuw met je boekhouder, want een strategie die in 2024 optimaal was, is dat in 2026 niet noodzakelijk meer.

Om van de theorie naar je echte situatie te gaan, zet je concrete bedragen in onze tools. Bereken wat je echt overhoudt na voorheffing met onze calculator nettodividenden, en vergelijk de twee statuten globaal met onze calculator zelfstandige vs BV. In enkele minuten zie je zwart op wit welke mix van loon en dividenden maximaliseert wat werkelijk in je portemonnee belandt. En voor de fijnere constructies zoals de IPT of de liquidatiereserve, valideer altijd het detail met een boekhouder, want daar verstoppen zich de laatste duizenden euro's besparing.